Leidschendam-Voorburg blijft achter met opvang asielzoekers
In dit artikel:
Leidschendam-Voorburg voldoet op dit moment maar voor 71 procent aan de opvangtaak uit de spreidingswet: van de toegekende 408 asielzoekers biedt de gemeente plaats aan 288 personen, waardoor een tekort van 120 plekken resteert. Deze cijfers verschenen nu minister Bart van den Brink gemeenten die achterblijven actief gaat aanspreken en oproept extra stappen te zetten om capaciteit te creëren.
De situatie contrasteert met sommige naburige gemeenten, zoals Zoetermeer, die juist meer opvang bieden dan hun norm voorschrijft. De spreidingswet legt opvangopdrachten vast op basis van inwoneraantal en draagkracht om te voorkomen dat slechts enkele gemeenten de last dragen; in de praktijk verschilt de uitvoering sterk per gemeente.
In Leidschendam-Voorburg speelt zowel een maatschappelijke als politieke discussie: voorstanders roepen op tot solidariteit en eerlijke verdeling, tegenstanders wijzen op druk op woningen, voorzieningen en leefbaarheid. Met het aangescherpte optreden van het ministerie neemt de druk op gemeenten die achterlopen toe. Voor Leidschendam-Voorburg betekent dit dat bestuur en gemeenschapsorganisaties de komende periode moeten zoeken naar manieren om die 120 resterende opvangplaatsen te realiseren — bijvoorbeeld via regionale samenwerking, tijdelijke locaties of benutting van beschikbare ruimtes — om alsnog aan de landelijke taakstelling te voldoen.