De doorstroomtoets en het vertrouwen in de leerkracht?
In dit artikel:
Tijdens de recente Maand van de Open Huizen sprak Philip de Vries, rector/bestuurder van het Alfrink College in Zoetermeer, veel ouders en leerlingen uit groep 7 en 8. Hij viel op dat vrijwel elk gesprek al snel draaide om de doorstroomtoets (voorheen de Cito-toets) in plaats van om interesses, talenten, sfeer en begeleiding van het kind. Volgens De Vries heeft die toets in Nederland te veel gewicht gekregen: als de toetsuitslag hoger ligt dan het schooladvies van de groep‑8‑leerkracht, ligt de druk op de leerkracht om zijn advies te wijzigen, met alle spanningen en soms onterecht gevolgde keuzes van dien.
De Vries is niet tegen toetsen; ze zijn nuttig om taal- en rekenniveau en ontwikkelbehoeften in kaart te brengen. Zijn punt is dat een score geen volledig beeld geeft. Leerkrachten zien zaken die een toets niet vastlegt — werkhouding, doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid en sociale vaardigheden — en hun professionele inschatting, gevoed door ervaring, verdient meer gezag bij het bepalen van het schooladvies. Hij illustreert dat met een persoonlijk verhaal: hij scoorde laag op de Cito, kreeg desondanks vwo‑advies van zijn juf, volgde dat advies en haalde met uitstekende cijfers zijn diploma; haar oordeel bleek beter dan de toets.
De Vries pleit ervoor de doorstroomtoets te blijven gebruiken als hulpmiddel, maar het uiteindelijke advies primair bij het schoolteam te leggen. Wie twijfelt aan dat advies moet het gesprek met de school aangaan. Voor hem is dat geen risico, maar een uiting van vertrouwen in professionals.